Print
Het natuurbeleid ontwikkelt zich de laatste jaren in hoog tempo. De inzet op een grotere maatschappelijke natuurbijdrage vanuit burgers en bedrijven, de verbinding van natuur met andere maatschappelijke belangen, de decentralisatie van het rijksbeleid naar de provincies en de aanpak met collectieven in het agrarisch natuurbeheer vragen om nieuwe werkwijzen.

Evaluatie van traditionele denkpatronen, werkwijzen en instrumenten bieden de basis voor de verdere ontwikkeling van het natuurbeleid bij rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Behaalde resultaten in het verleden zijn ongetwijfeld geen garantie voor de toekomst maar je kunt er wel van leren.

Evaluatie van beleid vindt bijvoorbeeld plaats bij het opstellen van adviezen over het natuurbeleid. En leren vindt plaats bij discussies over kansrijke oplossingen voor gesignaleerde problemen. In de adviezen zelf zijn alleen de uitkomsten van de evaluaties en discussies terug te vinden, veel lering en kennis blijft achter bij de schrijvers van deze adviezen. Dergelijke lering en kennis is beschikbaar binnen Second Opinion vanuit eerder werkervaring bij adviesraden.

Reflectie op het natuurbeleid vond onder meer plaats via het projectleiderschap en schrijven aan meerdere  natuuradviezen van de Raad voor het Landelijk Gebied (waaronder 'Voorkomen is beter', 2002, resulterend in de leefgebiedenbenadering voor het soortenbeleid) en een natuuradvies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur  ('Onbeperkt houdbaar', 2013). Dat advies kwam terug in de Rijksnatuurvisie 'Natuurlijk verder' (2014) waarin natuur centraler in de samenleving wordt geplaatst en in fundamentele aanpassingen van het agrarisch natuurbeheer.

Ervaringen zitten meer in mensen dan in adviezen. Kijk ook naar die ervaring: zo geeft je nieuw natuurbeleid vorm!